Publicatie
Vanuit het NMCB-onderzoeksproject Immunostratify publiceerden onder meer Bart Humer, dr. Willem Dik en dr. Marjan Versnel onlangs een studie in het Journal of Clinical Immunology naar de manier waarop het immuunsysteem bij post-COVID reageert op virale prikkels. In deze publicatie onderzoeken zij of immuuncellen van mensen met post-COVID sterker reageren op virale stimuli dan die van gezonde controles, en wat dit kan betekenen voor het begrijpen van onderliggende ziekteprocessen bij post-COVID en andere post-acute infectiesyndromen.
Achtergrond en onderzoeksvraag
Post-COVID gaat gepaard met uiteenlopende en vaak invaliderende klachten, zoals ernstige vermoeidheid, post-exertionele malaise en cognitieve problemen. De biologische mechanismen achter deze klachten zijn nog grotendeels onbekend. Binnen het NMCB wordt daarom onder meer onderzocht of een ontregelde immuunrespons een centrale rol speelt bij het ontstaan en in stand houden van deze klachten.
Eerder onderzoek laat zien dat acute infecties blijvende veranderingen kunnen veroorzaken in het immuunsysteem. Met name aangeboren immuuncellen kunnen een zogenoemd epigenetisch geheugen ontwikkelen, waardoor zij bij latere prikkels sneller en sterker reageren. Dit kan leiden tot een langdurig hyperactief immuunprofiel. De onderzoekers wilden nagaan of zo’n mechanisme ook zichtbaar is bij post-COVID, specifiek in de activatie van het type I interferonsysteem (IFN-I), een essentieel onderdeel van de antivirale afweer.
Opzet van de studie
Voor dit onderzoek werden perifere bloedmononucleaire cellen (PBMC’s) onderzocht uit twee onafhankelijke post-COVID-cohorten:
- Het Immunofatigue-cohort, bestaande uit patiënten die enkele maanden eerder waren opgenomen in het ziekenhuis vanwege COVID-19.
- Het Microx-cohort, bestaande uit patiënten met langdurige post-COVID (gemiddeld ruim drie jaar klachten), die een relatief milde acute infectie hadden doorgemaakt maar persisterende symptomen zoals post-exertionele malaise rapporteerden.
Beide groepen werden vergeleken met leeftijd- en geslachtsgematchte controlepersonen zonder post-COVID.
In het laboratorium werden de immuuncellen blootgesteld aan synthetische virale prikkels die specifieke intracellulaire sensoren activeren: RIG-I, dat viraal RNA detecteert en cGAS, dat cytosolisch DNA detecteert.
Na deze stimulatie werd de biologische activiteit van type I interferonen gemeten met een gespecialiseerde reporterassay.
Belangrijkste bevindingen
De studie laat zien dat immuuncellen van mensen met post-COVID significant meer type I interferonen produceren na blootstelling aan virale prikkels dan die van gezonde controles. Dit effect werd consistent gevonden in beide cohorten.
Onder basale omstandigheden, zonder stimulatie, waren er geen verschillen tussen patiënten en controles. Het afwijkende profiel komt dus pas naar voren wanneer het antivirale immuunsysteem actief wordt geprikkeld.
Met behulp van ongecontroleerde (unsupervised) hiërarchische clustering toonden de onderzoekers bovendien aan dat proefpersonen zich in twee duidelijke groepen laten indelen: een groep met lage respons op virale stimuli, voornamelijk bestaande uit controles, en een groep met hoge respons, die grotendeels uit post-COVID-patiënten bestond. Dit wijst op fundamenteel verschillende interferonresponsprofielen tussen mensen met en zonder post-COVID.
In het Microx-cohort werd daarnaast een matige maar statistisch significante relatie gevonden tussen de sterkte van de interferonrespons en de ernst van vermoeidheid. Deze relatie werd niet gezien in het Immunofatigue-cohort. De onderzoekers benadrukken dat dit een associatie betreft, geen causaal verband.
Belangrijk is dat verschillen in interferonrespons niet verklaard konden worden door verschillen in samenstelling van de immuuncellen: de aantallen monocyten, T-cellen, B-cellen en NK-cellen waren vergelijkbaar tussen patiënten en controles.
Interpretatie en betekenis
De resultaten ondersteunen het idee dat bij post-COVID sprake is van een hyperresponsief antiviraal immuunsysteem. De immuuncellen lijken als het ware “op scherp” te staan: wanneer zij opnieuw worden blootgesteld aan virale prikkels, produceren zij meer interferonen dan normaal.
Dit past binnen de hypothese dat eerdere infecties blijvende epigenetische veranderingen kunnen veroorzaken in immuuncellen en hun voorlopercellen, waardoor het immuunsysteem langdurig ontregeld blijft functioneren. Een dergelijke ontregeling kan mogelijk bijdragen aan aanhoudende klachten zoals vermoeidheid, al is op basis van deze studie geen directe oorzaak-gevolgrelatie vast te stellen.
De auteurs wijzen erop dat type I interferonen bij therapeutisch gebruik bekend staan om vermoeidheid als bijwerking, wat de klinische relevantie van deze bevindingen onderstreept. Tegelijkertijd benadrukken zij dat verdere studies nodig zijn om te begrijpen:
- waardoor deze hyperresponsiviteit precies ontstaat,
- of dit mechanisme ook in vivo (in het lichaam) een rol speelt,
- en of het interferonsysteem een aangrijpingspunt kan vormen voor toekomstige behandelingen.
Conclusie
Deze studie van onder meer Humer, Dik en Versnel laat zien dat immuuncellen van mensen met post-COVID in vitro overmatig reageren op virale stimuli met een verhoogde productie van type I interferonen. Daarmee levert het onderzoek een belangrijk biologisch aanknopingspunt voor het begrijpen van immuundysregulatie bij post-COVID en andere PAIS. De bevindingen bieden geen direct behandeladvies, maar vormen wel een stevige basis voor vervolgonderzoek naar onderliggende mechanismen en mogelijke therapeutische implicaties.
Publicatie
De bevindingen uit dit onderzoek zijn gepubliceerd in het internationale, peer-reviewed tijdschrift Journal of Clinical Immunology. Het artikel is open access beschikbaar.
Titel
Exaggerated IFN-I Response in Long COVID PBMCs Following Exposure to Viral Mimics
Auteurs
Humer B, Berentschot JC, van Helden-Meeuwsen CG, Bek LM, de Bie M, Defesche TM, Boly CA, Drost M, Hellemons ME, Dik WA, Versnel MA
Tijdschrift
Journal of Clinical Immunology, Volume 46, Article number 5 (2026)
Gepubliceerd: 10 december 2025
Link naar artikel
https://link.springer.com/article/10.1007/s10875-025-01969-w
Voor wie meer wil weten: Marjan Versnel beantwoordt in deze video’s vragen over het project en immuunhandtekeningen