Binnenkort ontvangen alle deelnemers aan het Nederlands ME/CVS Cohort en Biobank (NMCB) een samplekit per post. Het verzamelen van ontlasting wordt daarmee een vast onderdeel van het NMCB-onderzoek. Met deze samples onderzoeken wetenschappers de rol van virussen en het darmmicrobioom bij ME/CVS.

Het darmmicrobioom is de verzamelnaam voor de miljarden bacteriën, virussen en andere micro-organismen die in de darmen leven. Deze micro-organismen helpen bij de spijsvertering en spelen een belangrijke rol in het immuunsysteem.

Onderzoeker Rik Haagmans onderzoekt of veranderingen in het microbioom samenhangen met virussen die in het lichaam aanwezig blijven na een infectie. Veel mensen met ME/CVS worden ziek na bijvoorbeeld de ziekte van Pfeiffer, veroorzaakt door het Epstein-Barrvirus. Dit virus blijft daarna levenslang in het lichaam aanwezig. Bij de meeste mensen blijft het virus in rust en veroorzaakt het geen klachten. Onderzoekers willen weten of dit bij mensen met ME/CVS anders is. Zij onderzoeken of verschillen in het darmmicrobioom samenhangen met hoe actief deze virussen zijn bij mensen met ME/CVS.

Een samplekit thuisgestuurd

Alle deelnemers aan het NMCB-onderzoek ontvangen hiervoor een samplekit thuis. In deze kit zit een potje om ontlasting te verzamelen, met duidelijke instructies en materiaal om het veilig terug te sturen. De sample wordt opgeslagen in de biobank en gebruikt voor onderzoek.

In het laboratorium analyseren onderzoekers het DNA van het microbioom in de ontlasting. Zo kunnen zij precies zien welke bacteriën en virussen in de darmen aanwezig zijn. Deze informatie wordt gecombineerd met bloedonderzoek van dezelfde deelnemers. Ook onderzoeken zij in het laboratorium hoe darmcellen reageren op micro-organismen uit deze samples. Dit helpt om beter te begrijpen hoe het microbioom en virussen elkaar kunnen beïnvloeden.

Aanvullend onderzoek met data uit het Verenigd Koninkrijk

Het Nederlandse onderzoek gebruikt daarnaast gegevens en samples uit een klinische studie van het Quadram Institute in het Verenigd Koninkrijk. In die studie wordt het darmmicrobioom van patiënten bewust veranderd met een fecestransplantatie.

Dit geeft onderzoekers een unieke mogelijkheid om te zien wat er met virussen gebeurt wanneer het microbioom verandert. Door deze gegevens te analyseren, kan het Nederlandse team beter vaststellen of veranderingen in het microbioom invloed hebben op virale activiteit. Deze behandeling wordt niet uitgevoerd binnen het NMCB.

Belang voor ME/CVS-onderzoek

Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen wat er in het lichaam gebeurt bij ME/CVS en waarom de ziekte per persoon kan verschillen. Deze kennis is nodig om in de toekomst betere behandelingen te kunnen ontwikkelen.

Het versturen van de samplekits is een belangrijke stap. Met elk sample leveren deelnemers een waardevolle bijdrage aan dit onderzoek.